Een boerkaverbod hoort niet in Nederland thuis

22-05-2015 10:50

Een verbod op gezichtsbedekkende kleding, in de volksmond ook wel een ‘boerkaverbod’ genoemd, staat weer op de agenda van een kabinet. Een dergelijk verbod is niet geheel nieuw, het vorige kabinet was immers ook al van plan om het in te voeren. Het huidige voornemen voor een verbod op gezichtsbedekkende kleding is zelfs een vrij afgezwakte variant van het voorgenomen verbod van het kabinet Rutte I, aangezien het huidige geplande verbod van het huidige kabinet alleen zal gaan gelden in ziekenhuizen, het onderwijs, het openbaar vervoer en overheidsgebouwen.

Rechten van individu

Groot verschil met het verleden is echter dat het er nu naar uit gaat zien dat een dergelijk verbod definitief ingevoerd zal gaan worden. En indien dat daadwerkelijk zal gebeuren dat een verregaande aantasting zijn van de rechten van het individu en een aanslag inhouden op de liberale waarden van de Nederlandse cultuur.

De reden waarom dit verbod een aantasting is van de rechten van het individu en een aanslag is op de Nederlandse cultuur is de volgende: binnen de meeste culturen in het Westen gaat men ervan uit dat het individu een aantal onvervreemdbare rechten heeft, die de overheid niet zo maar kan aantasten. De rechten van het individu zijn hier het uitgangspunt. Dit in tegenstelling tot veel niet-westerse culturen, die bepaalde rechten toebedelen aan het collectief, en waarin het collectief de mogelijkheid heeft om de rechten van het individu in te perken indien zij van mening zijn dat deze het collectief schaden.

Nederlandse cultuur

Een boerkaverbod is een goed voorbeeld van het laatste. Een aanzienlijk gedeelte van de Nederlandse samenleving is van mening dat dit iets is wat niet in de Nederlandse cultuur thuishoort, niet modern is en een aanslag is op de liberale cultuur van het vrije Westen. Echter, een boerka is juist iets wat thuis zou moeten kunnen horen in de Nederlandse cultuur. Deze is immers gebaseerd op de vrije keuze van het autonome individu. Zolang het aantrekken van een boerka een autonome beslissing is van de vrouw is dit Nederlands. In Nederland moet ieder persoon de vrijheid hebben om zijn of haar leven zo in te richten als hij of zij dat wil, zonder dat een andere hier direct door geschaad wordt. Dit is een onvervreemdbaar recht.

Ontwestering

Een aantasting van dit recht is juist iets wat niet thuishoort in de moderne Nederlandse cultuur, waarbinnen de rechten van het individu boven die van het collectief staan. Een verbod op gezichtsbedekkende kleding is in wezen een vorm van ‘ontwestering’ van onze cultuur: het opofferen van bepaalde individuele rechten, omdat het collectief van mening is dat indien deze rechten volledig uitgeoefend worden dit onze cultuur zal schaden. Hierbij wint het collectief en verliest het individu.

In plaats van onze individualistische cultuur uit te dragen, zijn wij dus bereid om deze cultuur in te ruilen voor een collectivistische cultuur, die ver verwijderd is van waar het Westen eigenlijk voor staat. Zogenaamd om onze cultuur te beschermen tegen buitenlandse invloeden. In plaats van dat wij daadwerkelijk onze cultuur ergens tegen beschermen, tasten wij haar eerder aan en maken wij haar minder vrij, individualistisch en modern en daarmee minder Nederlands. Want onze cultuur is immers niet primair joods-christelijk, maar eerder individualistisch van aard. De grootste bedreiging voor onze cultuur is daarom niet islam, islamitische culturen, of islamitisch geachte kledingstukken, maar het collectivisme waarbij individuele rechten worden opgeofferd aan de wensen van de gemeenschap.

Misleidende term

Bovendien is de term ‘verbod op gezichtsbedekkende kleding’ in principe misleidend. Eenieder begrijpt dat dit verbod primair gericht op boerka’s en dus op een kleine groep orthodoxe moslima’s in Nederland is, in de veronderstelling dat een dergelijk verbod deze groep zal bevrijden van onderdrukking. Echter, in plaats van het bevrijden van een groep Nederlanders wordt door dit verbod een klein gedeelte van de vrouwelijke Nederlandse bevolking juist onderdrukt. Immers, het betekent dat sommige orthodoxe moslima’s mogelijk het recht op onderwijs en gezondheidszorg wordt ontzegd, evenals de toegang tot het openbaar vervoer en overheidsgebouwen. Een dergelijke maatregel zal hun scholing, ontwikkeling, emancipatie, participatie en mobiliteit alleen maar schaden. In plaats van deze groep vrouwen te bevrijden leidt een dergelijk verbod eerder voor meer de facto onvrijheid.

Verzetten tegen boerkaverbod

Op grond van dit alles zouden wij als samenleving ons moeten verzetten tegen een verbod op gezichtsbedekkende kleding. Immers, een open, samenleving tolereert ook zaken die in eerste instantie niet bij die samenleving passen. Ook dient de overheid niet aan individuen voor te schrijven hoe zij zich dienen te kleden. Een overheid dient individuen hierin maximale vrijheid te geven. Een samenleving waarin de overheid aan burgers voorschrijft wat zij wel en niet aan mogen trekken is een enge, onvrije samenleving, waarin vrijheid dagelijks onder druk staat.