In den beginne was er Pim

23-04-2015 20:55

In den beginne was er Pim. En Pim sprak en zeide: “At your service!“, want Pim had er zin an. En er rees vreugde in de harten der mensen, want Pim bracht een blijde boodschap. Maar vooraleer de rode haan driemaal gekraaid had, werd Pim getroffen door een kogel van links. En alom in den lande klonk geween en knersing der tanden, want het volk hunkerde naar een Verlosser. Pim was niet meer, maar gelukkig waren er de Erfenis van Pim en de Geest van Pim. En velen meenden uitverkoren te zijn, want zij hadden een Lijntje met Pim.

Valse profeten

De eersten onder dezen was Mat. Maar Mat werd gewogen en te licht bevonden, en Mat ging. En Harry kwam. En Harry werd gewogen en te licht bevonden, en Harry ging. Ook Herman kwam en ging. En Hilbrand. En Gerard. En Joost. En Marco. En Olaf. Zij allen zeiden te handelen in de Geest van Pim, maar zij bleken valse profeten. En er daalde droefenis neer in de harten der mensen, want zij smachtten naar een Verlosser.

 

‘Ik breng u een blijde boodschap, want ik ben recht door zee!’

 

En toen geschiedde het dat Rita opstond, en zij sprak en zeide: “Ik breng u een blijde boodschap, want ik ben recht door zee!” En er kwam hoop in de harten der mensen, want zij reikhalsden naar een Verlosser. Edoch: een van haar discipelen openbaarde dat Rita niet vervuld was van de Geest van Pim, maar uitsluitend van gebakken lucht. En Rita verdween recht in zee.

 

‘Gaat heen, gij allen die knettergek zijt, want ik verkondig een blijde boodschap!’

 

En het geschiedde dat Geert aantrad. En Geert sprak en zeide: “Gaat heen, gij allen die knettergek zijt, want ik verkondig een blijde boodschap.” En weer kwam er hoop in de harten der mensen, want zij hongerden naar een Verlosser. Maar toen sprak Geert: “Minder, minder, minder!” en er ontstond grote beroering. En Joram ging. En Louis ging. En Roland ging. En Laurence ging. En velen die gehoopt hadden op de Geest van Pim wendden zich af en togen niet meer ter stembus.

 

‘Ik ben er klaar voor!’

En in die dagen geschiedde het dat Bram zich aandiende. En Bram sprak en zeide: “Ik ben er klaar voor.” En boze tongen kwamen in beweging en noemden Bram een advocaat van de duivel. Doch Bram sprak tot dezulken: “Keert terug van uw dwalingen, want ik breng u vrijheid, veiligheid en welvaart.”

En er bloeide hoop op in de harten der mensen, want zij zuchtten naar een Verlosser.