Politiek

De puinhopen van rechts: De dodelijke dynamiek van de PVV

10-04-2015 15:08

Als er één ding is waar rechtse partijen de afgelopen jaren last van hadden, was het wel ruzie. De LPF is het meest bekende voorbeeld van een partij die in enkele maanden door interne problemen werd verscheurd. De partij herstelde zich nooit: ook na de verkiezingen van 2003 ontstond geen fractie die als eenheid zonder al te grote meningsverschillen opereerde. De fractie was los zand, ruzies waren aan de orde van de dag en er deden zich meerdere afsplitsingen voor.

De LPF werd het schoolvoorbeeld van een ruziënde partij omdat er geen geaccepteerde leider was. Maar een duidelijke leider is juist óók aanleiding voor conflicten. Met name de PVV had last van enorme interne meningsverschillen en kende vele afsplitsingen. Ook bij Trots op Nederland en de partij van Hero Brinkman – het Democratisch Politiek Keerpunt – waren meningsverschillen vrijwel continu aanwezig. Hoe kan het dat ook partijen die ogenschijnlijk een duidelijke leider hebben, door ruzie uit elkaar vallen?

Reglementen

Het antwoord op die vraag is verrassend eenvoudig: in veel van deze partijen was de leider tegelijk ‘de partij’ en dus was de mening van de leider allesbepalend. Dit was bijvoorbeeld het geval bij Trots op Nederland: als Rita Verdonk publiekelijk uitspraken deed, werden die meteen tot standpunten verheven en op de website gezet. Of de aanhangers, vrijwilligers, leden en gemeenteraadsleden van Trots het daarmee eens waren, werd niet gevraagd. Belangrijk was die instemming dus niet.

Bij Geert Wilders en Hero Brinkman gaat en ging dit net zo. Brinkman presenteerde als DPK-leider een plan om de economie erbovenop te helpen zonder ook maar iemand te consulteren en bij Geert Wilders verschoof de koers door de jaren heen naar links. Waar het aan ontbrak waren formele mogelijkheden voor aanhangers, collega’s en vrijwilligers om invloed op dit soort zaken uit te oefenen. Ze hadden soms wel invloed, maar alleen als het de leider uitkwam. De leider hoefde niet te luisteren.

Goede beslissingen

Dit systeem werkt alleen zolang de leider in de ogen van alle volgelingen goede beslissingen neemt. Het probleem ligt voor de hand: het is een kwestie van tijd voordat de leider in hun ogen fouten maakt en zo onder vuur komt te liggen. Waar in traditionele partijen procedures bestaan om op een gecontroleerde manier met meningsverschillen om te gaan, bestaan die bij nieuwe partijen meestal niet of bepalen ze dat de leider alles voor het zeggen heeft.

Wat moet je doen als er binnen de partij niet naar je wordt geluisterd of als je het niet eens bent met een beslissing? Het enige wat erop zit is opstappen of intern ruzie schoppen. De buitenwereld is in dit geval een probleem: LPF’ers en PVV’ers hebben moeite aan een baan te komen of aan een politieke functie bij een andere partij. Om deze reden is het lastig om in opstand te komen of op te stappen. Men kan vaak immers nergens anders terecht. Velen blijven daarom liever zitten.

Dodelijke dynamiek

En zo ontstaat een dodelijke dynamiek: de leider is allesbepalend, had al weinig reden om naar de aanhang te luisteren omdat dat simpelweg niet hoeft, maar heeft nu nog minder reden om te luisteren omdat de kans dat men opstapt klein is. Zo kan de leider ook beslissingen doordrukken die bij zijn eigen aanhang impopulair zijn, zoals de koerswijziging die de PVV de laatste jaren onder druk van de peilingen doormaakte. De eigen politici lopen toch niet meteen weg.

Kan de leider dan alles maken? De praktijk wijst uit dat er wel grenzen zijn, maar die liggen vaak onduidelijk. Vroeg of laat – zie ook hier weer de PVV als beste voorbeeld – zijn aanhangers het zat en stappen ze – ondanks alle nadelen – toch op. Zonder formele mogelijkheden voor inspraak en invloed, gaat het vroeg of laat altijd mis.

Dirk-Jan Keijser en Chris Aalberts interviewden afgelopen jaar betrokkenen bij nieuwe partijen op rechts zoals de LPF, Trots op Nederland en de PVV. Op 16 april presenteren zij hun boek ‘De puinhopen van rechts’ in Nieuwspoort. Zij schrijven tot die tijd wekelijks over hun bevindingen.