Longread

Pegida: hoe Duitsland zijn Wutbürger dreigt te verliezen

24-12-2014 16:37

In Duitsland leven vier miljoen moslims. Dat is op een bevolking van 80 miljoen burgers ongeveer vijf procent. Van die moslims leeft 98 procent in wat genoemd wordt de ‘oude deelstaten’, waarmee het voormalige West-Duitsland wordt bedoeld. 

Hieruit volgt dat in de voormalige DDR een nagenoeg verwaarloosbaar aantal islamieten leeft. In Dresden, de barokstad aan de Elbe, is dit ongeveer 0,1 procent. Toch was het hier, in de hoofdstad van Saksen in Oost-Duitsland, dat de anti-islam beweging Pegida ontstond. En hier zwelt het aantal betogers‚ dat op maandagavonden demonstreert ‘tegen de islamisering van het avondland’, week na week aan. Tot het er afgelopen maandag bijna achtienduizend waren.

 

‘Sinds de Holocaust moet je als Duitser wel heel erg politiek incorrect zijn om andere religies of culturen te bekritiseren’

 

Dat het anti-islam protest, dat in andere Europese landen electoraal al veel langer diepe sporen trekt,  in Duitsland zo lang op zich heeft laten wachten heeft vanzelfsprekende, historische redenen. Sinds de Holocaust moet je als Duitser wel heel erg politiek incorrect zijn om andere religies of culturen  te bekritiseren, laat staan ze als ‘ongewenst’ te benoemen.

Tolerant und weltoffen

Dat zoveel Ossi’s in de stad die tijdens de Tweede Wereldoorlog werd plat gebombardeerd door de geallieerden, dit nu toch doen – een taboe doorbreken dat decennia lang als een deken over de Bondsrepubliek hing – en openlijk de gevolgen van massa-immigratie en de komst van de islam naar Duitsland ter discussie stellen, kennelijk zonder schroom en overtuigd van hun morele gelijk, staat voor veel andere Duitsers gelijk aan een oorlogsverklaring. Politici, commentatoren, linkse Duitsers, christelijke Duitsers, islamitische Duitsers: ze zijn verbijsterd door en woedend over het gore lef dat die brutale Dresdenaren ten toon spreiden. Wat denken ze daar in het Oosten, lees je in de commentaren tussen de regels door: provinciale Ossi’s die een beetje de goede naam van het ‘tolerante und weltoffene‘ Duitsland internationaal in diskrediet brengen? Hoe durven ze?

 

‘Als in Duitsland de politiek correcte deken eenmaal is afgerukt dan kijk je al snel in een afgrond van onverdraagzaamheid’

 

Het zijn inderdaad geen vrolijk stemmende teksten, die verbeten commentaren van de radicale Gutmenschen. Maar de teksten van veel Pegida-aanhangers zijn dat evenmin. Die variëren van gewoon dom en onwetend tot openlijk racistisch en opruiend. Het is, kortom, hard tegen hard in Dresden, intolerant tegen intolerant – en precies dat maakt de onverwachte opkomst van deze anti-islamitische volksbeweging zo explosief.

Confrontatie tussen extremen

Als in Duitsland, die natie van erkende Prinzipienreiter, de politiek correcte deken eenmaal is afgerukt, dan kijk je al snel in een afgrond van onverdraagzaamheid. Vergeet niet dat de Bondsrepubliek in haar korte geschiedenis is geteisterd door extremistisch geweld, met als gevolg vele onschuldige dodelijke slachtoffers: van radicaal-links door de Rote Armee Faktion (RAF) en recent nog door extreem-rechts in de verbijsterende  killing spree van de neo-nazi’s van de Nationalsozialistischer Untergrund (NSU).

Een confrontatie tussen die extremen is geen aanlokkelijk vooruitzicht.

Dresden stond in de DDR-tijd bekend als het Tal der Ahnungslosen, het dal van de onwetenden. Hier, in de stad waar Vladimir Poetin tussen 1985 en 1990 als KGB-spion was gestationeerd, drong de West-Duitse televisie (Westfernsehen) niet door, en de westerse radio evenmin.

Dit begrip wordt nu door Pegida-tegenstanders weer en met genoegen van stal gehaald om de anti-islam demonstranten belachelijk te maken: kijk, in Dresden zijn ‘ze’ nog altijd onwetend, om niet te zeggen achterlijk.

Dit type denigrerende reacties maakt de vastbeslotenheid van de demonstranten alleen maar groter. Ze laten tevens de hulpeloosheid zien van de Pegida-tegenstanders. Die weten zich geen raad met dit nieuwe fenomeen.

 

‘Deze Wutbürger, die het nieuwe Extremismus der Mitte vertegenwoordigen, stuk voor stuk wegzetten als verknipte neonazi’s is niet geloofwaardig en zelfs gevaarlijk’

 

Ja, bij Pegida lopen rechts-radicale kaalkoppen mee, die zich door de media eenvoudig aan de schandpaal laten nagelen. De initiator van deze beweging, Lutz Bachman, is een man met een strafblad: hij werd wegens geweldpleging, diefstal en drugsbezit veroordeeld. Ook hij is makkelijk te profileren – framen heet dit tegenwoordig – als een tikkende rechtse tijdbom die mogelijk niet terugdeinst voor geweld.

Wutbürger

Maar wat te doen met de vele ‘normale’ burgers? Die mannen en vrouwen, van jong tot oud: ouders met hun kinderen, bejaarde echtparen, studenten, scholieren, een doorsnede van de samenleving? Deze Wutbürger, die het nieuwe Extremismus der Mitte vertegenwoordigen, stuk voor stuk wegzetten als verknipte neonazi’s is niet geloofwaardig en zelfs gevaarlijk.

Dus vindt de ene politicus – zoals de invloedrijke minister van Financiën, Wolfgang Schäuble (CDU) – dat de politiek ‘beter naar deze mensen moet luisteren’. Anderen spreken echter ronduit ‘schande’ van de demonstraties, onder wie de minister van Justitie, Heiko Maas (SPD). En voor Groenen-voorzitter Cem Özdemir, zelf immigrantenkind, zijn de demonstranten allemaal racisten, punt.

‘Multiculti is mislukt’

Commentatoren als Giovanni di Lorenzo, hoofdredacteur van het intellectualistische weekblad Die Zeit, die een eind mee kunnen gaan in de zorgen en de woede van de demonstranten, putten zich eerst uit in omstandige verklaringen over de gevaarlijke kanten van Pegida, alvorens te erkennen dat Pegida-aanhangers misschien wel een punt hebben – bijvoorbeeld als zij wijzen op het grote aantal asielzoekers dat de Bondsrepubliek opneemt uit sinds mensenheugenis ondemocratisch bestuurde (oorlogs)gebieden: dit jaar zijn het er tweehonderdduizend en voor volgend jaar wordt een zelfde aantal verwacht. (In 1993 waren dit er trouwens 436.000). Of wanneer demonstranten zeggen dat ‘Dresden niet zo moet worden als Neukölln’. Neukölln is een achterstandswijk in Berlijn, waar bijna de helft van de inwoners een buitenlandse achtergrond (Migrationshintergrund) heeft en waar veel moslims uit Turkije en Arabische landen leven. De wijkburgemeester Heinz Buschkowsky (SPD) – een bewonderaar van diens Rotterdamse collega Ahmed Aboutaleb (PvdA) – waarschuwt al jaren dat hier parallelle samenlevingen bestaan: een ongewenste situatie die een gevaar zou inhouden voor de Duitse rechtsstaat.

Buschkowsky is wegens dit soort analyses in Duitsland omstreden, ook binnen zijn eigen partij. Maar de bonkige sociaal-democraat weigert om de harde feiten aan te passen aan makkelijke illusies over een multi-cultureel sprookje. Overigens, ook bondskanselier Angela Merkel  (CDU) bevestigde in 2010 al wat de Pegida-demonstranten dezer dagen roepen: ‘Multi-Kulti ist gescheitert, absolut gescheitert‘. (‘Multiculti is mislukt’)

Anekdotiek, geen feiten of cijfers

Daar sta je dan. De feiten duiden er inderdaad op dat het Duitse multiculturele model is mislukt, of in elk geval veel haperingen vertoont. Die betreffen dan met name de integratie van moslims. Turkse, Arabische en van oorsprong Duitse burgers leven niet met elkaar, maar naast elkaar en vooral langs elkaar heen. Buschkowsky’s tegenstanders werpen graag tegen dat het straatbeeld in Neukölln zo gezellig kleurrijk en bont is en dat Duitsers dankzij de immigratie toch maar mooi döner en falafel eten, in plaats van Bockwurst, en dat de tweede en derde generatie immigranten steeds hoger opgeleid zijn, enzovoorts, enzovoorts.

Maar dat is helemaal niet de manier waarop de werkelijkheid door de Pegidisten wordt waargenomen. Zij leven in anekdotiek, niet in feiten en statistieken. En de anekdotes zijn met name de laatste tijd buitengewoon bedreigend. Niet alleen dringt met de opkomst van Islamitische Staat (IS) bijna dagelijks een onthoofding of een andere gruwel uit naam van de ‘ware islam’ de huiskamers van westerse burgers binnen, tot in Duitsland hebben straatgevechten plaats tussen groepen die elkaar in het Midden-Oosten bestrijden, zoals laatst in het pittoreske Celle tussen Tsjetsjenen en Koerden-Yezidi’s. Op zo’n moment vraagt de doorsnee Duitser zich af, terwijl de proxy oorlog tussen de vakwerkhuisjes in Nedersaksen wordt uitgevochten, wat al die Tsjetsjenen eigenlijk in Duitsland doen. Waarom hebben die asiel gekregen? En die Yezidi’s in Celle, wie zijn dat en waar komen die ineens vandaan?

 

‘Volgens hun tegenstanders hebben Pegida-aanhangers in hun angst ongelijk, zij overdrijven en ze zijn in het ergste geval ‘racistisch’ – ook in Duitsland vormen moslims kennelijk een ras’

 

Als blijkt dat honderden in Duitsland opgegroeide jongeren naar Syrië en Irak trekken om zich daar aan te sluiten bij IS, vraagt de gemiddelde Duitse burger zich af: waarom volgt zo’n jongen (of meisje) niet gewoon een van onze internationaal grenommeerde beroepsopleidingen en zoekt een goede baan in de bloeiende Duitse industrie? Dan is de islam niet die vredelievende religie, waarvan de Pegida-tegenstanders zo hoog blijven opgeven, maar een militante, agressieve en anti-westerse ideologie, waar zelfs bekeerde Duitse jongemannen gevoelig voor blijken te zijn.

Onderklasse van immigranten

Dit zijn de berichten die de befaamde Duitse Spiessbürger (de kleinburger) bang en ongerust maken. Maar volgens hun tegenstanders hebben deze mensen in hun angst ongelijk, zij overdrijven en ze zijn in het ergste geval  ‘racistisch’ – ook in Duitsland vormen moslims kennelijk een ras.

In Duitsland, waar de oorlog altijd om de hoek komt kijken, is het nagenoeg een halsmisdrijf om de conclusie te trekken dat het wellicht niet zo’n goed idee is om nog meer kansarme buitenlanders op te nemen en al helemaal niet uit moslimlanden. Ook al roepen de gemeentes via de Städtetag, de Duitse Vereniging van Gemeenten, in alarmerende rapporten dat zij de komst van vele tienduizenden Roma uit Bulgarije en Roemenië en de recente instroom van al die vluchtelingen uit het Midden-Oosten niet meer aan kunnen.

In de verpauperde steden van het Ruhrgebied en elders heeft zich een onderklasse van Oost-Europese immigranten genesteld, met alle overlast die zo’n massale volksverhuizing met zich mee brengt. Asielzoekerscentra zijn overvol. Er moet worden uitgeweken naar andere tijdelijke onderkomens omdat de Duitse overheid, alweer ook op basis van dat besmette verleden, het als een morele opdracht ziet om zoveel mogelijk gevluchte mensen uit de rest van de wereld op te nemen.

Buitenparlementaire oppositie

‘Maar ons is niets gevraagd’, klagen de Pegida-demonstranten. Inderdaad is hen weinig gevraagd, want de enige partij die zich tegen dit ruimhartige opvangbeleid keert is de nieuwe, euro-kritische Alternative für Deutschland (AfD). En ook die professoren- en economen-club is van begin af in de extreem-rechtse hoek geduwd. (De eerlijkheid gebiedt hier te zeggen dat AfD, de partij die niet in de Bondsdag is vertegenwoordigd maar overigens steeds meer aanhang krijgt, net als Pegida fungeert als lokaas voor neo-nazi’s.)

Dus zoeken de Pegidisten bij gebrek aan een parlementair platform de buitenparlementaire oppositie. Dat is het bijzondere aan wat we nu in Dresden zien gebeuren: dat zoveel mensen de moeite nemen om  op maandagavonden de straat op te gaan om, kort samengevat, te zeggen: ‘Genoeg is genoeg’.

Hen wordt door media, politici en – vooral – West-Duitse critici tegengeworpen dat er helemaal geen sprake is van Überfremdung en Islamisierung in Duitsland. Maar die tegenwerping komt niet aan want, zoals gezegd, wat deze mensen dagelijks zien en waarnemen is een heel andere werkelijkheid, en daarin speelt de militante islam en spelen buitenlanders in het algemeen een negatieve hoofdrol: ‘Wij willen geen Neukölln in Dresden, geen sharia, geen boerka’s.’

 

‘Waarom zijn de Pegida-tegenstanders vaak zo extreem afwijzend en zo weinig nieuwsgierig naar de beweegredenen van de demonstranten?’

 

Verder doen de Pegidisten er tegenover de media, die zij de Lügenpresse noemen, het zwijgen toe. Zo groot is bij deze mensen na jaren van taboeïsering, waarin het verdacht maken van iedere multiculti-criticus vanzelfspekend was, het wantrouwen tegenover politiek en media.

Altijd weer die oorlog

Waarom zijn de Pegida-tegenstanders op hun beurt vaak zo extreem afwijzend en zo weinig nieuwsgierig naar de beweegredenen van de demonstranten? En waarom oordelen zij zo hard en categorisch?

Het komt allemaal door de oorlog. Telkens wanneer een etnische groep of een religie in Duitsland in het nauw dreigt te geraken, grijnst Adolf Hitler de Duitsers weer vol in het gelaat. Dan speelt het collectieve geweten op en komen steevast de kerken in het geweer – in dit geval door bijvoorbeeld te beweren dat het ‘onchristelijk’ is om met Pegida mee te lopen – en ook de Centraal Joodse Raad waarschuwt dan in apocalyptische termen, zoals ook nu: ‘Pegida is levensgevaarlijk’, zei raadvoorzitter Josef Schuster. ‘Neo-nazi’s, rechtse partijen en burgers laten hier hun racisme en buitenlanderhaat de vrije loop.’

 

‘Die anti-Pegida betogers zijn mede op de been omdat het zo fijn voelt om alsnog ‘goed’ te kunnen zijn: zij onderscheiden zich ermee van hun ouders en grootouders die immers massaal meeliepen met het Hitler-regime’

 

Veel Duitsers sluiten zich aan bij die kritiek. Die ontwikkeling is al net zo opmerkelijk als de opkomst van Pegida: het verzet tegen de anti-islam beweging is massaal. In München, de hoofdstad notabene van het conservatief-katholieke Beieren,  demonstreerden maandag twaalfduizend burgers tegen Pegida en vóór de aanwezigheid van de islam in Duitsland, voor meer immigratie en Multi-Kulti, voor de opvang van asielzoekers, en tevens voor meer Europa. Zo’n demonstratie is in Nederland tegenwoordig moeilijk voorstelbaar.

Nazi’s raus!

Die anti-Pegida betogers zijn mede op de been omdat het zo fijn voelt om alsnog ‘goed’ te kunnen zijn: zij onderscheiden zich ermee van hun ouders en grootouders, die immers massaal meeliepen met het Hitler-regime. Tegen Pegida zijn en hard roepen ‘Nazi‘s raus!’ is – naast alle andere beweegredenen – ook een plaatsvervangende poging om in die vermaledijde oorlog alsnog de kans van het verzet te kunnen kiezen. Pegida: dat zijn de nazi’s van nu. En voor nazi’s  is in het moderne Duitsland ‘kein Platz‘.

 

‘Het is veelzeggend om te zien hoe weinig werkelijke interesse Pegida-tegenstanders vaak hebben voor hun buitenlandse medeburgers en hoe slecht zij die gemeenschappen feitelijk kennen’

 

Het zorgwekkende is dat het telkens weer erbij slepen van dat nationaal-socialistische verleden een werkelijk debat over de plaats van de islam in Duitsland, over het nut van massa-immigratie en over de vraag hoe verstandig het is om grote groepen oorlogsvluchtelingen op te nemen blokkeert. Het is veelzeggend om te zien hoe weinig werkelijke interesse Pegida-tegenstanders vaak hebben voor hun buitenlandse medeburgers en hoe slecht zij die gemeenschappen feitelijk kennen, in tegenstelling tot de ervaringsdeskundige burgemeester Buschkowsky van Berlijn-Neukölln.

Edele, goede wilde

Uit hun teksten blijkt dat zij Turken, Arabieren, Roma en anderen vaak beschouwen als een soort ‘edele, goede wilde’ van Rousseau: in alles voortreffelijker dan de gemiddelde Duitser, want je kunt over moslims en andere buitenlanders van alles beweren, maar zij zijn in elk geval niet verantwoordelijk voor de Holocaust. Zo’n instelling tegenover nieuwkomers is in Duitsland helemaal niet uitzonderlijk. Zij slaat elk eerlijk debat over immigratie en integratie echter dood.

In een cultuur waarin men elkaar over en weer vooral demoniseert, is het buitengewoon lastig om een ‘gemeenschappelijke taal’ te vinden, zoals de Russen dit zo mooi zeggen. Het ziet er voorlopig ook niet naar uit dat Pegidisten en anti-Pegidisten tot een gesprek zullen komen. Vooralsnog voelen beide groepen zich veel te prettig in het eigen plompe gelijk.

Welbegrepen eigenbelang

Deze situatie is slecht voor iedereen, want niet alleen vormt de radicale islam natuurlijk een bedreiging voor de kwetsbare Europese democratieën, waarvan Duitsland de grootste en belangrijkste is, ook heeft de Bondsrepubliek wel degelijk een reëel probleem met de massale instroom van – vooral – grote groepen Oost-Europese Roma, die destabiliserend werkt op complete stadswijken en gemeenschappen.

Dat tienduizenden kiezers deze ontwikkeling als Islamisierung en Überfremdung ervaren moeten de gevestigde partijen en de media niet afdoen als onzin, maar integendeel serieus nemen. Zij kunnen het zich niet veroorloven om grote groepen burgers van zich te vervreemden. Anders dan de demonstrerende Gutmenschen, die de Pegidisten waarschijnlijk het liefst massaal in een reservaat in Oost-Duitsland zouden opsluiten, moeten verantwoordelijke politici en commentatoren inhoudelijk op de bezwaren van Pegida ingaan. Alleen al uit welbegrepen eigenbelang.

‘Rechts van de CSU mag geen plaats zijn voor andere democratisch gelegitimeerde partijen’, zei de grote leider van de conservatieve Beierse CSU, Franz-Josef Strauss, ooit. Dit zei Strauss niet zonder reden. Want wie in Duitsland definitief de Wutbürger verliest, kijkt op zeker moment gegarandeerd weer vol in het gelaat van dat monster uit het verleden. En die aanblik, zo weten we, is niet fraai.