Achtergrond

Ook het nieuwe China censureert

02-05-2014 18:25

China wordt wereldwijd gevreesd vanwege haar steeds sterkere positie als wereldmacht. De Chinese politiek zelf zegt dat China sterk moderniseert en klaar is voor de toekomst. Al heeft het land een grote markt van luxemerken en stikt het in de grote steden van succesvolle miljonairs, de eeuwenoude censuurtraditie achter de Chinese muren is nog steeds niet verbroken.

Deze traditie kent zijn roots uit 213 voor Christus, toen de eerste Chinese keizer met de hand Confucius’ werken verscheurde, werd fel bekritiseerd in de twintigste eeuw, waar studenten handgeschreven kopietjes van J.D. Salinger illegaal verspreidden, en staat nog steeds onder vuur. Want in hoeverre beperkt het Chinese censuur de titel van een ontwikkeld land?

De Chinese censuurmuur

Uit de werken van de Franse journalist en China-expert Pierre Haski blijft één zin het meest bij: “Met dezelfde geestdrift waarmee prominente partijleden eerst het Rode Boekje vereerden, speculeren ze nu op de beurs van Shanghai.” Een zowat geaccepteerde gewoonte is het, volgens Evan Osnos, China-Correspondent voor The New Yorker: “Om vandaag de dag een boek in China uit te brengen moeten buitenlandse auteurs de strenge controle van gecensureerde uitgeverijen accepteren. Namen, begrippen en historische gebeurtenissen die de partij niet flatteren of politieke instabiliteit aanjagen, worden geschrapt.”

Deze uitgeverijen kunnen overigens niets anders doen dan hun boeken op ieder risico nalopen. Mocht de Staatsadministratie voor Pers, Publicatie, Radio, Film en Televisie het namelijk niet eens zijn met een boek, dan wordt het direct uit de schrappen gehaald en wordt de verantwoordelijke uitgeverij gestraft. De exacte regelgeving rond censuur is echter onbekend. Het hoogste adviesorgaan dat de staf zwaait bij de Staatsadministratie voor Pers is het Centraal Propaganda Departement, dat nauwelijks iets bekend maakt over haar activiteiten. “De verzoeken van het Departement Propaganda moeten serieus worden genomen, want niemand weet de exacte gevolgen van niet gehoorzamen,” aldus Osnos in de opiniekatern van The New Yorker vandaag.

Groeiende censuur

Door de culturele verwestering en steeds meer zwaarwegende mondiale positie van China, maakt het Departement Propaganda behoorlijk wat overuren. Zo behalen Hollywoodfilms een steeds grotere populariteit bij de nieuwe Chinese generatie, maar worden ook deze films tot op het bot gecensureerd. In de James Bond-film Skyfall moesten de scènes waarin Chinese mensen iets wordt aangedaan worden geschrapt. De afgelopen jaren zijn echter duizenden voorheen verboden boeken opnieuw gecontroleerd en gepubliceerd in China. Zelfs On China van China-scepticus Henry Kissinger werd uitgebracht, waarvan klaarblijkelijk meer overbleef dan slechts het voorwoord.

De hoop van Westerse deskundigen wordt volop afgestraald op de jonge Chinese generatie. “De generatiekloof tussen diegenen die de maoïstische revolutie wel meegemaakt hebben en de jongeren van de internetgeneratie is dan ook immens. (…) De jongeren zijn nergens bang voor, ze hebben een rostvast, ja, soms zelfs koppig, vertrouwen in de eigen en collectieve capaciteit om van China weer het ‘Rijk van het Midden’ te maken,” zegt Pierre Haski in 2010. Maar hoe kan de nieuwe generatie een juiste impressie van China krijgen als zij geen toegang hebben tot de kritieken?

Indoctrinatie van een generatie

Voor buitenlandse auteurs blijft het dan ook een dilemma: publiceer je een boek over China in China? Osnos besloot het niet te doen, want: “Het verhaal moet inspirerend blijven, en dat blijft het niet op deze manier. Door een boek daar te publiceren werk je eigenlijk, hoe paradoxaal ook, mee aan de ouderwetse machtsverhoudingen.” Het is wellicht verleidelijk om censuur als een kwestie van schrappen te zien, waarbij de kern van het verhaal in tact blijft.

Toch besluit een groot aantal critici hun verhalen de jonge generatie te onthouden. Door het schetsen van een verknipte geschiedenis, waar sommige hoofdzaken uit de Grote Sprong Voorwaarts verwijderd moeten worden, blijft de kritiek op het communistische China immers niet in tact. Liever geen boek dan een verdraaid boek, vinden veel buitenlandse auteurs. Want hoe gehyped en vooruitstrevend het huidige China dan ook mag zijn, het is nog steeds het enige land waar een nobelprijswinnaar achter de tralies zit.